Bookbot

Strijd tegen de stilte

Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis

Paramètres

  • 427pages
  • 15 heures de lecture

En savoir plus sur le livre

Waarom komen vrouwen zo weinig voor in de Vaderlandse Herinnering? Zijn ze vergeten of hebben ze geen geschiedenis? De marginalisering van vrouwen in de geschiedschrijving is deels te wijten aan de verwetenschappelijking van de geschiedbeoefening in de negentiende eeuw, toen vrouwen geen toegang hadden tot universiteiten. Mannelijke historici, die zich na 1890 als professionals presenteerden, bepaalden het onderzoek en de discipline-eisen. Het profiel van de beroepshistoricus werd een onpartijdige, professioneel opgeleide, mannelijke auteur, terwijl 'de vrouw' werd gezien als de tegenpool van de rationele wetenschapper. Ondanks deze marginalisering wisten vrouwen zich in de geschiedwetenschap te manifesteren; in de eerste helft van de twintigste eeuw promoveerden meer dan 80 historicae. De eerste feministische golf had ook een eigen benadering van het verleden, met geschiedschrijving en historische exposities. In haar boek over Johanna Naber schetst Maria Grever de strijd tegen deze stilte. Grever vergelijkt Nabers werk met dat van prominente historici en analyseert haar rol in de historische productie van de feministische beweging. Naber streed voor de erkenning van vrouwen in de geschiedenis en plaatste hen centraal in haar verhalen, wat inzicht biedt in de opvattingen over vrouwen in de geschiedwetenschap van die tijd.

Achat du livre

Strijd tegen de stilte, Ina Maria Greverus

Langue
Année de publication
1994
Reliure
(souple)
Nous vous informerons par e-mail dès que nous l’aurons retrouvé.

Modes de paiement

Personne n'a encore évalué .Évaluer

Titre
Strijd tegen de stilte
Sous-titre
Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis
Langue
Néerlandais
Éditeur
Verloren
Publié
1994
Format
souple
Pages
427
ISBN10
9065503951
ISBN13
9789065503954
Séries
Description
Waarom komen vrouwen zo weinig voor in de Vaderlandse Herinnering? Zijn ze vergeten of hebben ze geen geschiedenis? De marginalisering van vrouwen in de geschiedschrijving is deels te wijten aan de verwetenschappelijking van de geschiedbeoefening in de negentiende eeuw, toen vrouwen geen toegang hadden tot universiteiten. Mannelijke historici, die zich na 1890 als professionals presenteerden, bepaalden het onderzoek en de discipline-eisen. Het profiel van de beroepshistoricus werd een onpartijdige, professioneel opgeleide, mannelijke auteur, terwijl 'de vrouw' werd gezien als de tegenpool van de rationele wetenschapper. Ondanks deze marginalisering wisten vrouwen zich in de geschiedwetenschap te manifesteren; in de eerste helft van de twintigste eeuw promoveerden meer dan 80 historicae. De eerste feministische golf had ook een eigen benadering van het verleden, met geschiedschrijving en historische exposities. In haar boek over Johanna Naber schetst Maria Grever de strijd tegen deze stilte. Grever vergelijkt Nabers werk met dat van prominente historici en analyseert haar rol in de historische productie van de feministische beweging. Naber streed voor de erkenning van vrouwen in de geschiedenis en plaatste hen centraal in haar verhalen, wat inzicht biedt in de opvattingen over vrouwen in de geschiedwetenschap van die tijd.