Bookbot

. Het spel van de handel.

het spel van de handel. vol. II

Paramètres

  • 633pages
  • 23 heures de lecture

En savoir plus sur le livre

In 'Het spel van de handel' analyseert Fernand Braudel op een speelse en toegankelijke manier de economische praktijk tussen de vijftiende en de achttiende eeuw. De pre-industriële economie wordt voorgesteld als een complex bouwwerk met verschillende niveaus; op de begane grond staat het materiële bestaan van zelfvoorziening. Aan het begin van het boek bevindt deze zelfvoorziening zich op de drempel van het ruilverkeer, waarbij marskramers van dorp naar dorp trekken met naalden, garens en glaswerk uit Bohemen. Braudel verkent vervolgens de hogere verdiepingen: de markteconomie met winkels, jaarmarkten en internationale handelscentra zoals Brugge, Antwerpen en Amsterdam, waar geavanceerde vormen van kapitalisme bloeiden. In deze bovenverdieping gelden andere regels en een andere mentaliteit; hier spelen de spelers om het spel. In de zeventiende eeuw speculeert men op de Amsterdamse effectenbeurs met staatsobligaties en aandelen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Dit werd door tijdgenoten als 'onnatuurlijk' beschouwd, met transacties van haring vóór de vangst en graan dat nog op het land stond. Aan het eind benadrukt Braudel de sociale en politieke implicaties van dit dynamische kapitalisme, waarbij hij de woorden aanhaalt van een Franse priester die de uitbuiting door Hollandse kooplui beschrijft, die boeren onder druk zetten om hen een handgeld te betalen voor hun wijnoogst.

Achat du livre

. Het spel van de handel., Fernard Braudel

Langue
Année de publication
1989
Nous vous informerons par e-mail dès que nous l’aurons retrouvé.

Modes de paiement

Personne n'a encore évalué .Évaluer

Titre
. Het spel van de handel.
Sous-titre
het spel van de handel. vol. II
Langue
Néerlandais
Éditeur
Contact
Publié
1989
Pages
633
ISBN10
9025466168
ISBN13
9789025466169
Séries
Description
In 'Het spel van de handel' analyseert Fernand Braudel op een speelse en toegankelijke manier de economische praktijk tussen de vijftiende en de achttiende eeuw. De pre-industriële economie wordt voorgesteld als een complex bouwwerk met verschillende niveaus; op de begane grond staat het materiële bestaan van zelfvoorziening. Aan het begin van het boek bevindt deze zelfvoorziening zich op de drempel van het ruilverkeer, waarbij marskramers van dorp naar dorp trekken met naalden, garens en glaswerk uit Bohemen. Braudel verkent vervolgens de hogere verdiepingen: de markteconomie met winkels, jaarmarkten en internationale handelscentra zoals Brugge, Antwerpen en Amsterdam, waar geavanceerde vormen van kapitalisme bloeiden. In deze bovenverdieping gelden andere regels en een andere mentaliteit; hier spelen de spelers om het spel. In de zeventiende eeuw speculeert men op de Amsterdamse effectenbeurs met staatsobligaties en aandelen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Dit werd door tijdgenoten als 'onnatuurlijk' beschouwd, met transacties van haring vóór de vangst en graan dat nog op het land stond. Aan het eind benadrukt Braudel de sociale en politieke implicaties van dit dynamische kapitalisme, waarbij hij de woorden aanhaalt van een Franse priester die de uitbuiting door Hollandse kooplui beschrijft, die boeren onder druk zetten om hen een handgeld te betalen voor hun wijnoogst.