Bookbot

Amerika's visioenen - Het epos van de Amerikaanse kunst

En savoir plus sur le livre

Van de oostkust naar het Wilde Westen en terug 'Epos van de Amerikaanse kunst' leest als een jongensboek WILMA SUTO − 09/01/98, 00:00 Amerika is oud en moe, de kunst van de Nieuwe Wereld is niet langer veerkrachtig en inventief, sombert de criticus Robert Hughes in 'Amerika's Visioenen, het epos van de Amerikaanse kunst'.... DE ERUDIETE Robert Hughes (1938), geen wetenschapper maar een aan de kunst verknocht criticus, noemt zijn laatst verschenen epos 'een liefdesbrief aan Amerika'. Het boek is kloek: een sokkel voor de kunst uit de Nieuwe Wereld, het land van 'de man met de bijl' die eigenhandig het woud voor zijn voeten wegkapte of er een hek omheen zette, en waar sindsdien het Vrijheidsbeeld over waakt . In een onderhoudend, encyclopedisch en persoonlijk gekleurd overzicht van vier eeuwen, beschrijft Hughes de wording van de Amerikaanse kunst. En de verwording, want zijn weinig tedere liefdesbrief is, uit volle borst, zowel een lofdicht als een hekelschrift, eindigend in een tirade. 'De slaap van de rede zal monsters baren', donderpreekt Hughes. Amerika is oud en moe, en de kunst, 'eens zo sterk, veerkrachtig en inventief', is 'in het nauw gedreven door het eigen gevoel van gefrustreerde verwachtingen'. Zelf verhult de kunstminnaar zijn teleurstelling: 'Culturen raken in verval.' Dat ligt besloten in het lot, suggereert hij, in een ogenschijnlijk nuchtere variant op het door hemzelf beschimpte idee van de Onloochenbare Bestemming: het motto dat in de negentiende eeuw diende ter rechtvaardiging van de Amerikaanse expansiepolitiek. De indianen waren 'gedoemd', hún cultuur moest wijken voor de goddelijke missie in de wildernis. Voordeel van die tijd was wel dat de Amerikaanse kunst nog een levendig doel voor ogen stond. Zij propageerde de onderwerping van het continent in geïdealiseerde landschappen. De begenadigde Albert Bierstadt was de eerste die het Westen op zijn schildersdoek ontgon. In Emigranten steken de prairie over (1867) rolt een konvooi huifkarren rechtstreeks naar de horizon. Later schilderde Bierstadt de Donner Pas in de Sierra Nevada, die in zijn ongerepte staat een gevaar voor reizigers was, maar na de voltooiing van de transcontinentale spoorlijn rustig kon worden bewonderd door het raam van de trein. De technische prestatie die Central Pacific Railroad hier had geleverd, verdiende het te worden gevierd. Bierstadts Donner Lake vanaf de top (1873) biedt een glorieus uitzicht op het traject door de rotsen, en langs het meer in het dal. De zon zegent het van goddelijke hoogte geschilderde panorama met een gouden gloed. Dit landschap, vervaardigd in opdracht van Central Pacific Railroad, was 'het eerste Amerikaanse reisaffiche', constateert Hughes, die met tal van dergelijke springerige vergelijkingen zijn boek in een tijdmachine heeft veranderd, een meer dan vermakelijk en opwindend vehikel. Vaak grijpt hij door de jaren, en desnoods de eeuwen heen, om het pragmatische, krachtdadige en manmoedige karakter van de Amerikaanse kunst aanschouwelijk te maken. Tegenover de cultuur die Europa op Amerika voorhad, plaatsten de Amerikanen de door hen veroverde natuur - waaraan ook Hughes verslingerd is. Beeldend beschrijft hij hoe de uit de zeventiende eeuw daterende liefde voor Gods sublieme schepping ten slotte een geseculariseerd vervolg vindt in de land art van Walter de Maria. Het Bliksemveld (1977) bestaat uit vierhonderd blinkende palen van staal, die, 'als het spijkerbed van een fakir', zijn verankerd in een uitgestrekte vallei in New Mexico. Alleen al de reproducties van deze sculptuur zijn spectaculair: op de foto die Hughes uitkoos voor zijn boekomslag, onttrekken de metalen zuilen juist een grillige bliksem aan de onweerslucht erboven. Intussen wakkeren Hughes' vertellingen het verlangen aan dit beeld met eigen ogen waar te nemen. Zijn royaal geïllustreerde epos is groots en meeslepend als de Amerikaanse kunst zelf - hetzij die van Walter de Maria in de buitenlucht of die van Albert Bierstadt op het schildersdoek; of het nu historische nagedachtenissen zijn, of uitingen van louter artistieke geldingsdrang. In de woorden van Hughes is het Washington Monument, de 150 meter hoge obelisk voor de revolutionaire vader van het land, niet alleen 'de volmaaktst gesublimeerde heldenfiguur ter wereld', maar bovendien 'de verbinding tussen de eerste Amerikaanse heroïsche stijl, het neoclassicisme, en de laatste, het laat-twintigste-eeuwse minimalisme.' Voor die strakke abstractie in de moderne kunst vindt de schrijver rond 1900 nog een andere aankondiging - aanzienlijk bescheidener dan het Washington Monument. Hughes breekt een lans voor de volkskunst van de amish, een religieuze groepering. Hun vroege quilts, doorgestikte dekens, bestonden uit simpele, aan elkaar genaaide lappen effen wol: 'Voorlopers van de extreem geometrische patronen uit de jaren zestig en zeventig - de rasters van Sol LeWitt, de concentrische vierkanten van Frank Stella en de blokken doffe, diepe kleur die Brice Marden gebruikt.' Het aantrekkelijke van zulke verwijzingen naar de toekomst, die zich ook in het boek vaak pas pagina's verderop ontvouwt, is dat zij een belofte inhouden: die van eenheid in de Amerikaanse cultuur of tenminste in het literaire weefsel van Hughes. Maar in dit geval komt de lezer bedrogen uit. De naam van Sol LeWitt mag de quilt artistieke allure verschaffen, verder wordt hij doodgezwegen. Dat is een idiote verkwanseling van de eer die hem toekomt. LeWitt, minimalist en 'hogepriester van de conceptuele kunst', vervult tot ver buiten Amerika een hoofdrol in de traditie van het modernisme. De abstracte kunst is aan Hughes echter nauwelijks besteed, zoals ook blijkt uit de narratieve interpretaties van hem wel degelijk dierbare schilders als Arshile Gorky en Jackson Pollock. Typerend is zijn uitleg van het doek Pasiphaë, dat Pollock in 1943 voltooide onder de titel Moby Dick. Pas achteraf, toen de schilder de Griekse mythe ontdekte over de vrouw van koning Minos die zich als koe vermomde om haar seksuele drift te bevredigen met een stier, verkoos Pollock de naam Pasiphaë - zo te zien eerder omdat haar bestiale metamorfose hem als action painter vertrouwd voorkwam, dan om haar biografie te illustreren. Hughes, die zelf het gegoochel met titels vermeldt, doet niettemin een verwoede poging in de abstracte verfvlekken Pasiphaë aan te wijzen, op het moment dat zij de Minotaurus baart. IN HET her en der schaamteloos subjectieve boek, komt de organische abstractie er nog gunstig van af. Het voorstellingsloze abstract-expressionisme, minimalisme en de concept-kunst worden weggezet als onverteerbare voortbrengselen van artistiek fanatisme. Het is paradoxaal dat Hughes zich er niet door heeft laten ontmoedigen: juist op het moment dat hij, nu Amerika's vermaardste criticus, uit Australië in New York aankwam, vierde 'de onpersoonlijkheidscultus' triomfen. Kennelijk wekte ze niet alleen zijn afkeer, maar ook een onstelpbare nieuwsgierigheid naar de wortels van de Amerikaanse kunst. Hughes vindt nu een verklaring voor het verdwijnen van de voorstelling in 'de vijandigheid jegens (afgods)beelden', waarmee de puriteinse pioniers het land in de zeventiende eeuw besmetten. 'Wanneer het idee eenmaal is ingeprent dat er deugdzaamheid schuilt in het versmaden van het visuele en zintuiglijke, is dat niet makkelijk meer uit te bannen. Het ligt al driehonderd jaar verankerd in de Amerikaanse genen en steekt steevast de kop op in perioden van politieke of morele onzekerheid.' Daarbij komt dat de 'mythe van de eeuwige vernieuwing' onderhand is ontaard in een funest dogma, dat een gedurige verandering en verjonging van de kunst voorschrijft, ten koste van artistieke verworvenheden. Hughes meent wat hij zegt: 'Culturen raken in verval.' Maar voor hij de kunst het graf indraagt - en aan die slotscène gaan honderden pagina's vooraf - is zijn vertelling een magistraal jongensboek, van een achterop geraakte jager. Zijn boek is een reisgids. Het neemt de lezer op sleeptouw van de oostkust naar het Wilde Westen en terug: in het karrenspoor van de kolonisten die de indianen uitroeiden, in het kielzog van de toeristen die zich aan de Niagara-watervallen vergapen, en recht omhoog de wolken tegemoet, in het vervoermiddel dat de moderne stad mogelijk maakte: de veiligheidslift van Elisha Otis. 'De Manhattanse wolkenkrabber was heroïsch omdat hij de mythe van de frontier opriep, ditmaal geen horizontale expansie, met wagens die naar het Westen rollen, maar een verticale, van landjepik in de lucht, van de schepping van rijkdom uit louter lucht.' Hughes geeft zijn cultuurhistorische beschouwing een geweldige vaart door telkens opnieuw die pioniersgeest aan te roepen. Hij leent het grenzeloze toekomstvertrouwen dat de optimistische Amerikanen van de ene ontdekking naar de volgende uitvinding voerde. Als criticus is Hughes geen geloofsgenoot; als schrijver buit hij het verlangen naar vooruitgang ten volle uit. In Amerika's Visioenen fungeert de mythe van de eeuwige vernieuwing als een stuwende kracht, een leidend beginsel in retrospectief.

Achat du livre

Amerika's visioenen - Het epos van de Amerikaanse kunst, Jaap van der Wijk, Robert Hughes

Langue
Année de publication
1997
product-detail.submit-box.info.binding
(rigide),
État du livre
Très bon
Prix
13,99 €

Modes de paiement

Personne n'a encore évalué .Évaluer