
En savoir plus sur le livre
Dit autobiografische boek van Singer wordt wel beschouwd als een van zijn mooiste, intiemste en meest nostalgische: de herinneringen aan zijn joodse jeugd in Warschau. 'Singer heeft,' schreef The New York Times destijds bij de eerste Engelstalige editie van het boek, 'met deze herinneringen een wereld van gisteren die voorgoed en grondig voorbij is opgeroepen, zoals Zola over de buik van Parijs schreef, Fontane over de Mark Brandenburg en Svevo over Triëst.' Singer groeide op als zoon van een rabbijn in de armenwijk van Warschau. Vrijwel dagelijks trok er aan zijn oog een stoet voorbij van zonderlinge, schilderachtige types die bij de vader, die als het ware hof hield, kwamen antichambreren, klagen, bijpraten, discussiëren, ruzies bijleggen, biechten en advies vragen. Het huis van de Singers was een soort rechtbank, synagoge, leerhuis en spreekkamer van een psychiater tegelijk. Singer beschikt over een onvoorstelbaar goed geheugen voor zelfs de miniemste details, zo blijkt uit dit bonte, meesterlijk geschreven boek. Singer heeft in Het hof van mijn vader getracht twee genres met elkaar te combineren: memoires en bellettrie. Dit streven heeft een buitengewoon bekoorlijke en authentieke verbeelding opgeleverd van een wereld die wij nooit met eigen oog aanschouwden.
Achat du livre
Het hof van mijn vader, Isaac B. Singer, Bartho Kriek
- Langue
- Année de publication
- 1992
- Reliure
- (souple)
Modes de paiement
Il manque plus que ton avis ici.
- Titre
- Het hof van mijn vader
- Sous-titre
- herinneringen aan een joodse jeugd
- Langue
- Néerlandais
- Auteurs
- Isaac B. Singer, Bartho Kriek
- Éditeur
- De Arbeiderspers
- Publié
- 1992
- Format
- souple
- Pages
- 325
- ISBN10
- 9029545925
- ISBN13
- 9789029545921
- Séries
- Catégories
- Mots clés
- Première publication
- 1956
- Titre original
- In my father’s court
- Évaluation
- 4,75 sur 5
- Description
- Dit autobiografische boek van Singer wordt wel beschouwd als een van zijn mooiste, intiemste en meest nostalgische: de herinneringen aan zijn joodse jeugd in Warschau. 'Singer heeft,' schreef The New York Times destijds bij de eerste Engelstalige editie van het boek, 'met deze herinneringen een wereld van gisteren die voorgoed en grondig voorbij is opgeroepen, zoals Zola over de buik van Parijs schreef, Fontane over de Mark Brandenburg en Svevo over Triëst.' Singer groeide op als zoon van een rabbijn in de armenwijk van Warschau. Vrijwel dagelijks trok er aan zijn oog een stoet voorbij van zonderlinge, schilderachtige types die bij de vader, die als het ware hof hield, kwamen antichambreren, klagen, bijpraten, discussiëren, ruzies bijleggen, biechten en advies vragen. Het huis van de Singers was een soort rechtbank, synagoge, leerhuis en spreekkamer van een psychiater tegelijk. Singer beschikt over een onvoorstelbaar goed geheugen voor zelfs de miniemste details, zo blijkt uit dit bonte, meesterlijk geschreven boek. Singer heeft in Het hof van mijn vader getracht twee genres met elkaar te combineren: memoires en bellettrie. Dit streven heeft een buitengewoon bekoorlijke en authentieke verbeelding opgeleverd van een wereld die wij nooit met eigen oog aanschouwden.